De uitvinding van een school
door: Jurriaan Kamp, Ode 4
Colin Hodgetts (55) werd opgeleid als priester in de Anglicaanse kerk. Hij componeert religieuze liederen, schrijft en heeft in zijn leven vele liefdadigheidsdoelen gediend. Vond inspiratie bij de gandhiaanse traditie in India en bij de Martin Luther King Foundation in de Verenigde Staten. De afgelopen twaalf jaar was hij hoofd van de Small School, een revolutionaire, nieuwe school met nog geen veertig leerlingen in Hartland in het Britse Devon. Het verhaal van de Small School is het verhaal van onderwijs zoals het kan zijn. Geïnspireerd en met alle aandacht en respect voor de individuele leerling. Maar wie hoopt hierna een blauwdruk te lezen voor het onderwijs van morgen, kan nu beter meteen stoppen. Die blauwdruk bestaat niet. Elke school moet worden uitgevonden door zijn docenten, leerlingen en ouders. Daarom is er geen toekomst voor grootschalig onderwijs. Niet voor massale scholen en niet voor bureaucratische ministeries. Een monoloog.
‘Examens zijn funest voor onderwijs. Ze werken luiheid en onverschilligheid van de leraren in de hand. Docenten geven zodanig les dat zij goede resultaten bij de testen halen. Als 25 van de 30 leerlingen het examen halen, zijn zij tevreden. Maar gezien vanuit het individu is statistiek zinloos. Het is verschrikkelijk voor de vijf die het niet halen. Een goede leraar weet dat er belangrijker zaken zijn dan examenresultaten. Het gaat erom het gevoel van eigenwaarde van het kind te ontwikkelen. Dat is natuurlijk veel moeilijker te testen dan vaardigheid in rekenen en taal. Het is mijn taak om te voorzien in de behoeften van elke leerling. De vraag is wie bepaalt welke die behoeften zijn? De regering heeft daar weinig zicht op. Die is bezorgd om de ontwikkeling van de economie. Het beleid van de regering is erop gericht om sociale onrust te voorkomen. Onderwijs dient als een vredestichter of als een marktinstrument om de Japanse concurrentie af te troeven. Het is niet zo dat het kind alles voor het zeggen heeft. Maar het is van belang de behoeften en belangen van het kind boven onderwijstheorieën, het welzijn van de leraar en het belang van de staat te stellen. Onderwijs gaat primair over menselijke ontwikkeling. Het behoort individuen te helpen om hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen in relatie tot de cultuur waarin zij leven. Voor dat doel is een grootschalig staatsprogramma van weinig waarde. Het gaat erom individuen les te geven. In kleine klassen. Op kleine scholen.
De ideale grootte van een klas hangt af van de activiteit. Je kunt prima met 2000 mensen tegelijk naar een film kijken. Als je met meer kijkt, versterkt dat zelfs de gemeenschappelijke ervaring. Ik kan ook heel goed een dictee geven aan honderd leerlingen zonder dat één van hen daaronder lijdt. Maar ik kan maar aan één leerling tegelijk pianoles geven. In het algemeen: als je in een gesprek zaken aan de orde wil stellen die de leerling persoonlijk aangaan, moet de groep niet groter zijn dan acht. Met acht mensen kun je een zinnig gesprek voeren. De groepsgrootte wisselt dus steeds. Daarom moeten schoolgebouwen ook zeer flexibel te gebruiken zijn. Dus moeten ze klein zijn. Op de Small School hebben we 36 leerlingen en acht docenten. Dat gaat uitstekend. We zijn niet duurder dan grotere scholen. We hebben geen schoonmakers omdat we zelf met de kinderen het gebouw onderhouden. We bereiden zelf de lunch. We hebben geen last van vandalisme, we verspillen geen materiaal en we doen de administratie zelf. En ook al zijn we soms moe, de leraren zijn nooit overspannen. Zeker als je de sociale kosten meerekent is het een mythe dat grote scholen goedkoper zijn. Scholen hoeven dus niet te zijn zoals ze zijn.
De meeste mensen hebben een vergelijkbare herinnering aan hun schooltijd. Ik droeg als keine jongen een uniform. Helemaal grijs, behalve de das die zwart was en de blauwe pet. Ik had een nummer en ik zat aan een tafeltje dat in een rij stond. Mijn broer ging in het leger. Hij kreeg een uniform en een nummer en moest in de rij staan. En toen mijn moeder verpleegster werd, kreeg zij een uniform en zorgde voor genummerde patiënten die in bedden lagen die in rijen stonden opgesteld. Die overeenkomsten tussen de school, het leger en het ziekenhuis zijn geen toeval. Michel Foucault heeft beschreven hoe gevangenissen en fabrieken zijn georganiseerd om tijd en ruimte van het individu te beheersen. De gebouwen worden met dat doel gebouwd. Discipline wordt opgelegd door straffen maar ook door voortdurend toezicht. De tafel waaraan de staf eet, staat op een platform in de eetzaal zodat de leerlingen in de gaten kunnen worden gehouden. Het examen is ook een vorm van toezicht die het mogelijk maakt om te kwalificeren en te beoordelen. Scholen, gevangenissen en kazernes zijn ontworpen door dezelfde mensen vanuit dezelfde beginselen. Velen geloven dat dit het gewone model is en dat elke andere school een uitzondering is.
Ook op onze school gebeuren dingen die niet mogen. Laatst werden twee jongens betrapt die lijm stonden te snuiven in de werkplaats. Op de meeste scholen betekent dat straf en een slot op de werkplaats. Maar bestraffen is geen goede methode om de orde te handhaven. Om de sfeer op een school goed te houden, is het veel beter om de relaties te onderhouden. Er is altijd een reden voor afwijkend gedrag. Naar die reden moet je zoeken, zonder te vluchten in defensief gedrag. Je moet met die jongens gaan praten en uitvinden waarom zij die lijm gingen snuiven. Dat bedoel ik met de spirituele dimensie van een school. Niet dogma’s of geloofsovertuigingen, maar liefde en vergevingsgezindheid, niet straffen en stimulansen, maar aanvaarding en visie. Als leraar moet je bereid zijn om risico’s te nemen. Om te leren moet je fouten mogen maken. Dat geldt voor leraren èn leerlingen. De meeste docenten grijpen veel te snel in. Tieners – en jongens in het bijzonder – hebben opwinding nodig en opwinding betekent gevaar. Waar trek je de grens? Je kunt te voorzichtig zijn en te veel gevaar wegnemen. Dan gaan ze vervolgens naar huis en beginnen nog veel gevaarlijker toeren op hun brommers. En dan is er helemaal niemand bij. Het is de taak van de leraar om de verantwoordelijkheid te nemen en om ouders gerust te stellen. Maar ik slaak altijd een zucht van verlichting als we zonder ongelukken terugkomen van een buitenlandse reis. Leraren moeten heel volwassen zijn. Wat dat betreft is het een probleem dat juist de jongere, meer avontuurlijke leerkrachten niet altijd de meest verantwoordelijke docenten zijn. En ouderen hebben vaak hun enthousiasme verloren. Leraren behoren zorgvuldig te worden uitgekozen. Iedereen kan iemand leren een examen te halen, maar ik vind dat menselijke kwaliteiten tenminste zo belangrijk zijn.
De verantwoordelijkheid van de leraar gaat naar twee kanten. Naar het kind èn naar de ouders. Ik vind het niet de taak van de leraar om onder alle omstandigheden de kant van het kind te kiezen. Het gaat er juist om de positie van de ouders te verduidelijken aan het kind en andersom de gevoelens van het kind over te brengen aan de ouders. Ik ken leraren die moslim-meisjes overreden om zich te verzetten tegen een gearrangeerd huwelijk. En als zo’n meisje dan door haar familie uit huis wordt gezet, is die leraar niet thuis. Dat is onverantwoordelijk.
Respect voor elkaar is het allerbelangrijkste in een klas. Dat is mijn eerste les. Dat we naar elkaar luisteren en elkaar serieus nemen. Ik kan er niet van uitgaan dat zij respect voor mij hebben. Dat moet ik verdienen als een gevolg van mijn respect voor hen. Ik moet de eerste stap zetten. Het belangrijkste is niet welke les ik geef, maar dat ik les geef. Ik doe mijn werk. Ik geef dat voorbeeld: de leraar is voor alles een voorbeeld. Ik kan niemand een liefde voor Shakespeare bijbrengen als ik zelf niet van Shakespeare houd. Maar als ik van Shakespeare houd, pikt de leerling die liefde op. Daarom zijn landelijk vastgestelde lesprogramma’s zo dodelijk. Als Shakespeare moet, schrikt dat de kinderen alleen maar af. Tolstoj zei dat het de taak van de leraar is om de cultuur te vertalen naar de student. Maar de student bepaalt welk aspect van de cultuur op dat moment voor hem aan de orde is. Het grootste obstakel voor onderwijs is een gebrek aan motivatie. Klassikale lessen hebben dus weinig zin. Ik ga ervan uit dat je in een klas nooit iets moet doen dat kinderen zelf kunnen doen. Behalve als je ze bijvoorbeeld wilt laten horen hoe je een bepaald gedicht voordraagt. Het heeft pas zin om iemand iets uit te leggen als hij daar aan toe is. Ik ga niet klassikaal de grammatica uitleggen. Of uitleggen wanneer je there schrijft en wanneer their. Voor driekwart van de leerlingen is dat een probleem waarmee zij niet bezig zijn. Dan leren ze dus niets. Ik luister waar zich een opening aandient. Als de deur eenmaal open is, gaat het leerproces vlot. Leest de leerling iets omdat het gezegd wordt of omdat het iets voor hem betekent? En dan draag ik lesmateriaal aan. Vandaar stuur ik. Als ik weet dat een leerling dol is op Franse films, moet ik haar aanbieden om met haar naar zo’n film te gaan als die hier in de buurt in de bioscoop draait. Het gaat erom voortdurend in te spelen op de omstandigheden die zich voordoen. Daarom ga ik ook onvoorbereid de les in. Als je gelooft dat alles met elkaar in verbinding staat, maakt het ook niet uit waar je de les begint. Ik geef vaak les over de dingen die gebeuren: over bezoekers, over het nieuws. Of over uitstapjes die we maken. Over dingen die ons verwonderen. Dat is geen systematische lesvolgorde en dat verontrust kinderen wel eens. Ik zie het als mijn taak om te proberen die verontruste zielen rust te bieden. Wij zijn geneigd onze kennis systematisch op te slaan in een encyclopedie en die kennis in dezelfde volgorde, die wij het materiaal hebben opgelegd, te onderwijzen. Maar op die manier gaan we volledig voorbij aan het wonderbaarlijke vermogen van onze hersenen om een betekenis te geven aan welke indrukken dan ook. De systematische presentatie voedt misschien de herinnering, maar dat is niet hetzelfde als wezenlijk leren. De patronen hoeven niet voor ons te worden. gemaakt. Het maken van het patroon is een oefening van onze creativiteit. Op zoek gaan naar oorzaken en verbindingen is veel vruchtbaarder dan het doorwerken van een syllabus. Een lesboek is een ramp voor onderwijs. In het dagelijkse leven zijn de grenzen tussen de disciplines vaag. Wij bewijzen onze leerlingen dan ook geen dienst om in onze lessen aan die grenzen vast te houden. Een schrijver moet leren om de onzekerheid te beleven voordat de inspiratie komt. Dat is belangrijk om te leren, te leren wachten, de stilte leren beleven. Grote scholen bieden talrijke verschillende vakken maar dat aanbod is schijn. Het gaat er niet om allerlei verschillende trucjes te leren. Ik wil laten zien dat je geen gedetailleerd eindexamenpakket of allerlei vakleraren nodig hebt om “kwaliteit” te leveren. Wat heeft het voor zin om alleen maar beginselen te leren zonder de kinderen de kans te bieden te ervaren? Je geeft les over recycling in een lelijk schoolgebouw dat gebouwd is om over 25 jaar te worden afgebroken. Je geeft les over zelfvoorziening, maar de kinderen bereiden niet hun eigen lunch op school. Scholen zijn geneigd om kinderen te zien als klanten die iets komen kopen.
Ik vraag me serieus af of we de leerpicht moeten handhaven. Onderwijzen heeft alleen zin als de kinderen onderwezen willen worden. Ik wil geen ongemotiveerde leerlingen in mijn klas. Dat wil geen enkele docent. Maar ik aarzel om hen te weigeren. Faal ik niet? In elk geval mag ik hen niet weigeren. Schuldgevoel en vrees houden een onmogelijke toestand in stand die wel tot een crisis moet leiden. Soms willen kinderen niet naar school komen omdat de lessen een spel of een proces onderbreken dat op dat moment juist uitstekend voor hun ontwikkeling is. Ik zie wel wat in flexibel onderwijs waarbij kinderen bepaalde dingen op school doen en andere dingen thuis. Wij moeten ervoor zorgen dat wij de school zo aantrekkelijk maken dat zij zin hebben om te komen. Verplichten is niet zinnig, ook al doorkruist deze gedachte de belangen van veel ouders die de school zien als een oppascentrale. Het vraagstuk van de universele leerplicht vraagt om creatieve antwoorden.
Je kunt je zelfs afvragen waarom iedereen zou moeten kunnen lezen in een tijd dat alle nodige informatie via visuele media beschikbaar is. En waarom zou je leren rekenen als er rekenmachines zijn? Het antwoord op zo’n vraag wordt vaak gegeven door wiskundigen die gek zijn op rekenen of door politici die willen dat het onderwijs zo is als zij het dertig jaar geleden hebben ervaren. Als je weet hoe je twee getallen onder de tien kunt optellen of aftrekken, is het tijdverspilling om vervolgens eindeloos rijtjes met dat soort sommetjes te gaan maken. Als wij ons concentreren op grammatica en spelling, missen we de ontwikkeling van meer elementaire kwaliteiten. Als kinderen zich in wiskunde willen verdiepen, laat ze dan bezig zijn met problemen met een open einde. Daarvan leren ze denken en zich concentreren. Maar misschien is het tegenwoordig wel van veel groter belang om mensen te leren om verstandig voedsel in te kopen en te koken dan om te leren lezen? Het is van belang dat mensen lateraal denken, dat zij met hun gedachten uit de tramrails breken.
Het is ontzettend belangrijk om met tieners voortdurend te bespreken wat zij willen doen, wat zij willen worden. Als zij advocaat willen worden, leg ik ze uit welke examens ze daarvoor moeten afleggen. En dan check ik regelmatig: denk je aan je examen? Maar het is niet mijn taak om dat examen te halen. Wij kunnen ervoor zorgen dat kinderen niet kletsen of spieken, maar wij kunnen er niet voor zorgen dat zij denken of leren. Wij kunnen hen aanmoedigen met stimulansen en straffen, maar dat blijft een korte-termijnbenadering. Het is mijn taak om uit te vinden wat bij een leerling past. Om te helpen betekenis te vinden voor zijn leven. Ik zeg niet dat leraren therapeuten moeten zijn. Ik zeg dat kinderen geliefd moeten worden. En dat ik niet alleen belangstelling heb voor hun hoofd, maar ook voor hun ziel en hun gevoelens. Het is mijn taak om de vragen te stellen die helpen de betekenis van het leven te ontdekken. Onderwijs moet de innerlijke kwaliteiten van een kind bevrijden, naar buiten brengen. Je hebt helemaal geen dokter nodig als hij je slechts een behandeling geeft die de staat voorschrijft zonder je echt te onderzoeken en een diagnose te stellen. Ik wil dat kinderen die dingen doen die zij graag doen. En ik wil ook graag dat zij dingen doen die een wijder belang dienen, die niet puur egocentrisch zijn. Eén van de grote voordelen van een kleine school is dat kinderen ervaren dat zij iets kunnen bijdragen, iets kunnen veranderen. Dat geeft hen een enorm zelfvertrouwen in een samenleving waarin veel mensen juist een machteloos gevoel hebben.
Scholen krijgen thans de schuld van alle misstanden in de samenleving. Maar we zijn noch verantwoordelijk, noch hebben wij een oplossing. Het is onzin om te verwachten dat alle verbetering van school moet komen. Het is niet onze taak om de samenleving te verbeteren. De verantwoordelijkheid van de zaaier is om te zaaien, maar een deel van het zaad valt op onvruchtbare grond en een ander deel kiemt succesvol. Het ontstaan van een nieuwe samenleving vergt veel meer dat het oprichten van nieuwe scholen – ook al kan dat een belangrijke bijdrage leveren. Het gaat erom kinderen te helpen betekenis te geven aan hun leven. En daarvoor bestaat geen betere manier dan door vertrouwen te hebben in de leraar die het kind vertrouwt en die de ouders erbij betrekt. En, in godsnaam, laten we ervoor strijden om de regering, welke regering dan ook, er buiten te houden.’
noten:
Jurriaan Kamp sprak Colin Hodgetts in Torrington in het Britse Devon tijdens een theatertournee van (oud-) leerlingen van de Small School, een van de vele bijzondere activiteiten die regelmatig worden ondernomen. Ondanks Hodgetts’ aversie van examens, scoren de leerlingen van de Small School heel goed bij de landelijk verplichte tests. Maar los van die meetbare resultaten werd onlangs in een reportage in het Telegraph Magazine de zelfstandigheid en evenwichtigheid van de leerlingen van de Small School geprezen. De Small School is deel van een netwerk van kleine scholen in Groot-Brittannië – Human Scale Education – waarvoor Colin Hodgetts thans actief is. Informatie:44-1761-433733.

