Visiedocument

Inhoudsopgave

1. Voorwoord

 

2. Missie

 

3. Uitgangspunten

     3.1 De mens is een lerend wezen

     3.2 De mens is een ondernemend wezen

     3.3 De mens is een zelfsturend wezen

     3.4 Ieder mens is een uniek wezen

     3.5 Kinderen zijn volwaardig mens

 

4. Conceptueel kader

    4.1 Vrijheid

        4.1.1 Vrijheid van ontwikkeling

        4.1.2 Vrijheid in omgang

    4.2 Verantwoordelijkheid

    4.3 Democratie

        4.3.1 Ondersteunende structuur

        4.3.2 Ondersteunende middelen

 

5. Resultaat verwachting van de school

    5.1 Zelfvertrouwen

    5.2 Verantwoordelijk handelen

    5.3 Passie

    5.4 Creativiteit

    5.5 Effectief Samenwerken

    5.6 Persoonlijk ondernemerschap

 

 

1. Voorwoord

Het doel van alle onderwijs is jonge mensen laten ontwikkelen in het zelfstandig functioneren in de samenleving. De Koers kiest ervoor dit doel onverkort over te nemen en vorm te geven in de missie. Om deze missie concreet te maken, vertrekken we vanuit een aantal universele uitgangspunten. Deze uitgangspunten beschrijven onze gedeelde kijk op leren en ontwikkelen van mensen. Vanuit deze fundamentele aannames leiden we een conceptueel kader af, op basis waarvan we tot de organisatie van de school komen. Dit conceptuele kader beschrijft de essentiële randvoorwaarden om dit schoolconcept met succes te kunnen neerzetten. Het succes van de school laat zich aflezen in een verwachting van eigenschappen die studenten ontwikkelen.

 

 

2. Missie

“School voor ondernemend leren ”
Het is de missie van De Koers om op integere wijze een optimale omgeving te scheppen waarbinnen jonge mensen kunnen opgroeien tot zelfstandige, daadkrachtige en ondernemende volwassenen in de samenleving. De school is gebaseerd op vrijheid, verantwoordelijkheid en democratie om zo goed mogelijk aan te sluiten bij onze uitgangspunten; dat de mens een lerend, ondernemend en zelfsturend wezen is met unieke voorkeuren en talenten.


3. Uitgangspunten

 

    3.1 De mens is een lerend wezen

De mens is van nature uitgerust om activiteiten te ondernemen, om zijn capaciteiten te onderzoeken, om connecties aan te gaan in een sociale context en om indrukken en persoonlijke ervaringen samen te voegen tot een realistisch wereldbeeld. Tijdens zijn leven ervaart de mens bepaalde wensen, verlangens en ongemakken. Met wat hij waarneemt via zijn zintuigen en door het gebruik van zijn verstand zal hij bepaalde strategieën ontwikkelen om zijn situatie te verbeteren. Hij gaat op zoek naar informatie, probeert verschillende dingen uit, kijkt hoe andere mensen in zijn omgeving het aanpakken.

De mens investeert met andere woorden de middelen die tot zijn beschikking staan op een bewuste, rationele en doelgerichte manier. Hij stelt zichzelf doelen, maakt plannen en gaat vervolgens handelen. Daarna gaat hij het resultaat van zijn acties vergelijken met de uitkomst die hijzelf in gedachten had. Deze evaluatie gaat hij dan weer gebruiken om zijn plannen te verbeteren, of om zijn doelstellingen bij te stellen. De mens is dus niet enkel een handelend, maar evenzeer een lerend en evaluerend wezen. Leren is onlosmakelijk verbonden met het menselijk handelen.

 

 

    3.2 De mens is een ondernemend wezen

De mens neemt waar, denkt en beslist. Zo neemt hij ook de emoties en instincten waar die in zijn lichaam spelen en kan hij ervoor kiezen hoe hij met die signalen omgaat. Al op heel jonge leeftijd leren mensen dat hun lichaam en omgeving hen bepaalde beperkingen oplegt, maar ook dat zijzelf de macht hebben om hun gedrag in de richting van hun keuze te sturen. Mensen zijn zelf de oorzaak van hun handelen en dragen er dus ook de volledige verantwoordelijkheid voor.

Mensen zijn zich in meer of mindere mate bewust van het feit dat ze kunnen kiezen. Naarmate de mens zich meer bewust is van zijn eigen keuzevrijheid, vergroot hij zijn mogelijkheden om doelen te bereiken. Daarnaast kunnen mensen zich ook bewust worden van het feit dat ze verantwoordelijk zijn voor hun handelen. Door kritisch naar zichzelf te kijken kunnen ze het feit, dat ze verantwoordelijkheid dragen voor hun handelen, leren herkennen. Dit proces noemen we verantwoordelijkheid opnemen. Eigen verantwoordelijkheid nemen betekent dus dat de mens zich rekenschap geeft van de keuzes die hij maakt en van de consequenties van die keuzes voor zichzelf en voor anderen. Dit zelfbewustzijn helpt mensen om hun kwaliteiten te kunnen herkennen en waarderen.

 

 

    3.3 De mens is een zelfsturend wezen

Mensen oordelen voortdurend: ze doen uitspraken over wat waar en onwaar is, goed en slecht, nuttig en onnuttig, over wat mooi is en wat lelijk. Het vermogen om te oordelen is iets wat aangeboren is en het kan enkel waargenomen worden met behulp van andere waarheidsonderscheidende vermogens. Alle uitspraken over de vraag of bepaalde mensen al dan niet in staat zijn om goed of juist te oordelen, worden gemaakt op basis van datzelfde oordelend vermogen. De stelling dat sommigen minder goed kunnen oordelen dan anderen, is dus onmogelijk te bewijzen. We kunnen niet anders dan concluderen dat het vermogen om te oordelen bij iedereen gelijk is. Deze vaststelling houdt in dat de bewering 'wijzer zijn dan' een ongegronde basis is om macht op te eisen over het doen en laten van een ander.

Ieder individu kan in gelijke mate aanspraak maken op ware uitspraken. Op het niveau van een samenleving vertaalt deze gelijkheid van autoriteit zich in democratische besluitvorming. Hieruit kunnen we eveneens afleiden dat mensen in gelijke mate in staat zijn om te beslissen wanneer zijzelf klaar zijn om een oordeel te vellen. Dit betekent dat in een democratie ook het algemeen stemrecht niet kan ontbreken.

De mens is steeds gedreven om te weten hoe de wereld in elkaar zit. Door denken en waarnemen brengt hij kennis voort, die hij vervolgens kan toepassen en delen met anderen. Kennis en wetenschap stellen ons in staat verschillende middelen te kiezen om succesvol de doelen van onze keuze te kunnen verwezenlijken. Wat ze echter niet kan, is bepalen welke doelen nastrevenswaardig zijn en welke niet. Om te oordelen over morele kwesties beschikt iedere mens over zijn eigen unieke waardeschaal als subjectieve maatstaf. Het oordeel of iets waardevol is of niet, kan enkel door een individu voor zichzelf worden gemaakt.


    3.4 Ieder mens is een uniek wezen

Ieder mens heeft unieke voorkeuren en talenten. Door de eeuwen heen hebben gemeenschappen gebruik gemaakt van deze diversiteit in talenten om te groeien naar een zichzelf onderhoudende samenleving. Eén van de krachtigste middelen voor de mens om zijn doelen te verwezenlijken is de vrijwillige samenwerking. Mensen die samenwerken krijgen veel sneller dingen voor elkaar, omdat elk zich kan richten op die deeltaken waar hij het meest vaardig in is - ondertussen lerend van de kennis en vaardigheden van de anderen.

 

 

    3.5 Kinderen zijn volwaardig mens

Alle bovenstaande uitspraken gelden voor alle mensen, hoe verschillend ook in de manier waarop ze al doende vorm geven aan hun leven en zijn onverminderd van toepassing op kleuters, kinderen en tieners. Mensen zijn handelende, oordelende en lerende wezens, en zijn van nature gedreven om die dingen te leren die hen in staat stellen zichzelf te ontwikkelen als ondernemende, zelfstandige en daadkrachtige mensen in de samenleving.


4. Conceptueel kader

 

    4.1 Vrijheid

Mensen zijn unieke wezens met specifieke talenten en individuele voorkeuren. Deze school kiest ervoor studenten zoveel mogelijk ruimte te geven om te ontdekken wat ze willen ondernemen en om de middelen en informatie die ze daartoe nodig hebben zelf te selecteren en te verwerken. Deze vrijheid is het onaantastbare recht van de studenten en vormt het fundament van de school.

 

    4.1.1 Vrijheid van ontwikkeling

Het is onmogelijk voor de handelende mens om niet te ontwikkelen, er is geen 'uit'-knop die ervoor zorgt dat een bewust persoon stopt met het evalueren van zijn ervaringen. Dit betekent dat het voor een school enkel mogelijk is om of het leren in een bepaalde richting te sturen, of het volledig aan de student over te laten op welke manier hij het beste kennis verwerft. De Koers kiest er uitdrukkelijk voor om studenten hun individuele curriculum zelfstandig samen te laten stellen, om zodoende die vaardigheden te kunnen ontwikkelen die hen in staat stellen op effectieve wijze hun leven vorm te geven. Het doel van De Koers kan alleen maar in vrijheid (dit betekent in afwezigheid van een opgelegd curriculum) bereikt worden.

In zijn voortdurende zoektocht naar manieren om zijn doelstellingen te bereiken gaat de mens domeinen van het onbekende verkennen. Hierbij doet hij beroep op bestaande kennis, een statische bron van middelen die hem helpt bij het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden. Reeds verworven kennis is een goed dat zijn nut heeft in functie van de kennis waar mensen behoefte aan hebben. Aangezien menselijke wensen en behoeftes uniek zijn, is het onmogelijk om een gestandaardiseerd aanbod aan kennis en informatie te creëren. Enkel in vrijheid kunnen studenten ter verwezenlijking van hun doelen de waarde van bepaalde kennis inschatten en op zoek gaan naar manieren om zich die kennis eigen te maken.

Ook de evaluatie van het geleerde wordt volledig aan de studenten overgelaten, die zijn immers zelf het beste in staat het eindresultaat van hun handelen te vergelijken met de door hun verwachte uitkomst. Ze zijn vrij om, net zoals volwassenen dat zo vaak doen, eerder gestelde doelstellingen bij te stellen, of er van af te stappen in het voordeel van een volledig nieuwe keten van handelingen. De enige ongevraagde formele evaluatie van studenten vindt plaats als de veiligheid in het geding is. De schoolmeeting beslist over de manier waarop deze evaluatiemomenten georganiseerd en bijgehouden worden.

 

 

    4.1.2 Vrijheid in omgang

Om de mogelijkheid tot samenwerking zo groot mogelijk te maken worden studenten niet onderverdeeld in leeftijdsgroepen. In de school kunnen jonge mensen van alle leeftijden, binnen de aanwezige regels en procedures, vrij omgaan met elkaar en volledig zelf bepalen waar, hoe en met wie ze hun plannen willen verwezenlijken. Zo krijgt iedereen de mogelijkheid om te observeren hoe andere mensen met meer ervaring en kennis hun leven organiseren, hoe ze omgaan met hun medemens en hoe ze reageren op succes en falen. Tegelijkertijd ervaren mensen de nieuwsgierigheid van anderen en zien ze zich uitgedaagd om de kennis die ze bezitten duidelijk te verwoorden en vanuit verschillende hoeken te belichten.

Een omgeving waar de randvoorwaarden worden gekoesterd die werkelijk persoonlijk ondernemerschap kan stimuleren, leidt uiteindelijk tot een veelheid aan activiteiten welke zorgen voor een rijke sociale omgeving. Activiteiten leiden tot nieuwe activiteiten, “zien doen” leidt tot “doen”.

Een vrijwillig samenwerkingsverband kan formeel worden vastgelegd in een contract, dat als bedoeling heeft een aantal keuzes en beloftes voor een bepaalde duur bindend te maken. Mensen die worden geconfronteerd met het feit dat ze door hun gedrag de voorwaarden van het contract breken krijgen soms de indruk van het tegendeel, maar in essentie is een contract steeds het product van een vrijwillige samenwerking.

 

 

    4.2 Verantwoordelijkheid

In de school draagt elke student de volledige verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat wat hij leert in functie staat van die dingen die hij wil bereiken. De keuze om zich in te schrijven in de school betekent bovendien dat een student zich akkoord verklaart met de werking van de school en belooft zijn gedrag hieraan aan te passen. Dit houdt in dat hij zich aan de regels houdt en verantwoordelijk is voor de veiligheid en het welzijn van de andere leden van de school. De Koers biedt tenslotte een groot aantal mogelijkheden voor studenten om het gebruik van de schoolmiddelen mee te bepalen. Er zijn verschillende uitvoerende functies die door studenten kunnen worden opgenomen. Ook hier wordt erop gerekend dat studenten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheden die ze in hun functie als lid van een comité, of als coördinator op zich nemen.
Iedere mens is verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. Door de vrijheid op de school worden studenten voortdurend met deze verantwoordelijkheid geconfronteerd en kunnen ze zich hier volledig van bewust worden. Vrijheid is de enige weg naar verantwoordelijkheid: mensen kunnen pas verantwoordelijkheid leren nemen door deze te krijgen. Voor mensen is het besef dat zij keuzevrijheid bezitten nodig om aan zichzelf te kunnen werken. Die vrijheid is ook een voorwaarde voor zelfbewustzijn; pas als mensen de werkelijke reikwijdte van hun eigen mogelijkheden kennen, kunnen ze ten volle hun capaciteiten benutten.

 

 

    4.3 Democratie

De school is democratisch georganiseerd. Het belangrijkste besluitvormende orgaan is de schoolmeeting. De schoolmeeting wordt gevormd door stafleden en studenten, die elk één stem hebben in de besluitvorming.

Waar de schoolmeeting het nodig acht kan ze bepaalde verantwoordelijkheden delegeren. Het uiteindelijke beslissingrecht blijft echter steeds bij de schoolmeeting liggen. Uit de eerder beschreven gelijkheid van het menselijk oordelend vermogen kunnen we afleiden dat vrijwillige deelname en algemeen stemrecht essentieel is voor de democratische werking van de school. Jonge mensen kunnen net zo goed als ouderen bepalen of ze over voldoende kennis beschikken om een zinvolle stem uit te brengen. Ze hebben evenveel mogelijkheid om moties in te dienen, kunnen deelnemen aan beleidsinhoudelijke discussies en hebben een stem die even zwaar weegt als alle andere.

 

 

        4.3.1 Ondersteunende structuur

Een omgeving met duidelijke regels en procedures schept een veilig en stabiel klimaat, waardoor mensen meer zekerheid hebben over de context waarbinnen ze hun handelingen plannen. Mensen die ervoor kiezen om zich binnen bepaalde normen te handhaven en ook anderen aanspreken op hun keuze daartoe, helpen mee bouwen aan een veilige context. Binnen de school wordt op democratische wijze een dergelijke berekenbare omgeving gerealiseerd. Afspraken en procedures maken het mogelijk bepaalde vrijheden te verruilen voor andere, de democratische besluitvorming zorgt ervoor dat de totale vrijheid en veiligheid steeds maximaal blijft. Van alle leden van de school wordt verwacht dat ze hun gedrag aanpassen aan de op democratische wijze vastgelegde structuur.

Aangezien een juridische structuur niet zinvol is voor het individu op zich, maar slechts betekenis krijgt in de bredere context van een samenlevingsverband, gebeurt het dat mensen regels breken die in de weg staan van hun onmiddellijke doelstellingen. Opdat het juridische kader de basis zou kunnen vormen van een veilig en duurzaam samenwerkingsverband, is het essentieel dat regelovertredingen niet getolereerd worden. In het daartoe bestemde juridische comité worden studenten gewezen op de verantwoordelijkheid die ze op zich genomen hebben door zich in te schrijven in de school en op de tegenstrijdigheid met hun keuze om die verantwoordelijkheid niet volledig op zich te nemen. Als regels gebroken worden kan de school minder goed dienen als uitvalsbasis voor zijn studenten - er zijn immers een aantal waarden aangetast die de meerderheid van de gemeenschap belangrijk vindt. Sancties zijn steeds een middel om die vrijheid weer te herstellen. Alle studenten kunnen in gelijke mate de wettelijke structuur van de school mee opzetten en er wordt verwacht dat ze allen volledige verantwoordelijkheid nemen voor hun keuzes binnen dat wettelijke kader. Gelijkheid voor de wet is dus onlosmakelijk verbonden met de goede werking van de school, die nodig is voor het waarborgen van veiligheid, gezondheid en welzijn. De gemeenschap van De Koers is zodanig georganiseerd dat op verantwoorde wijze met risico's wordt omgegaan. De democratische werking van de school zorgt voor een gemeenschap van openheid, vertrouwen en respect. De regels en procedures waarborgen een zo groot mogelijke individuele vrijheid en veiligheid.

 

 

        4.3.2 Ondersteunende middelen

De Koers beschikt over een beperkte hoeveelheid middelen en de voorkeuren van studenten zijn hoogst individueel. Dit brengt de noodzaak met zich mee om over het gebruik van die beperkte middelen te beslissen. Democratie biedt een rationele manier om te bepalen op welke manier of onder welke voorwaarden de beschikbare geldmiddelen, materialen en ruimtes gebruikt kunnen worden. Door het toekennen van de middelen bij meerderheid te laten bepalen door de schoolgemeenschap kan er maximaal gebruik van die middelen worden gemaakt. Stafleden stellen zichzelf ten dienste van de school en vormen zo ook een onderdeel van de ondersteunende middelen.

Het komt voor dat studenten activiteiten willen ondernemen waarvoor de benodigde middelen niet onmiddellijk in de school aanwezig zijn. Door consequent het individuele initiatief en de democratische besluitvorming als uitgangspunt te nemen, ontstaat een ondernemersklimaat waarbinnen studenten op een creatieve manier aan eigen middelen kunnen komen: het op zoek gaan naar mensen met kennis van zaken, het opzetten van handelsactiviteiten binnen de school en het organiseren van excursies buiten het schoolterrein.

 

 

5. Resultaat verwachting van de school

Als school hebben wij de missie om op integere wijze een optimale omgeving te scheppen waarbinnen jonge mensen kunnen opgroeien tot zelfstandige, daadkrachtige en ondernemende volwassenen in de samenleving De school wil zichzelf in realisatie van deze missie toetsen aan de hand van een resultaat verwachting. Als de school erin slaagt deze omgeving neer te zetten, is de resultaat verwachting dat studenten de volgende eigenschappen zullen ontwikkelen:

 

 

    5.1 Zelfvertrouwen

De respectvolle omgeving en de mogelijkheid hun persoonlijkheid ten volle te ontwikkelen stelt studenten in staat om zelfstandige, zelfverzekerde volwassenen te worden, met de durf om keuzes te maken. Dit zelfvertrouwen stralen ze uit en vormt een solide basis voor hun verdere leven.

 

 

    5.2 Verantwoordelijk handelen

Het ervaren van vrijheid maakt studenten bewust van de verantwoordelijkheid die ze dragen voor hun eigen keuzes en de consequenties ervan voor anderen en zichzelf. De school is een plaats waar jonge mensen zich rekenschap leren geven van de gevolgen van hun handelen.

 

 

    5.3 Passie

Met de vrijheid om te ontdekken wat hen echt raakt en boeit, ontwikkelen studenten een sterk innerlijk kompas dat hen steeds in de richting van hun passies stuurt. Ze ontwikkelen een innerlijke drijfveer die hen het nodige doorzettingsvermogen geeft.

 

    5.4 Creativiteit

Met de ruimte om diverse mogelijkheden te testen en waar nodig advies in te winnen, leren studenten denken in kansen en oplossingen. Ze nemen berekende risico's, verzinnen manieren om om te gaan met bestaande maatschappelijke kaders en gaan ook nieuwe structuren bouwen om hun doelen te verwezenlijken.

 

 

    5.5 Effectief Samenwerken

Veel van wat in de school ondernomen wordt, gebeurt in overleg met anderen. Op de school leren studenten onderhandelen met mensen van alle leeftijden en achtergronden, ontwikkelen er organisatorische en communicatieve vaardigheden. Studenten leren zo kennis op te doen en doelen te realiseren in samenspraak met hun omgeving.

 

 

    5.6 Persoonlijk ondernemerschap

Op de school worden studenten omringd door mensen die dingen voor elkaar krijgen. Ze kunnen van eigen succes en falen leren en ze hebben vrije toegang tot een brede waaier aan kennisbronnen. Hierdoor groeien ze op tot daadkrachtige volwassenen met een grote zelfkennis, een sterke initiatiefkracht en een scherpe realiteitszin.

 

Info

Dommelsingel 4A

1946 TT Beverwijk

Tel 0251 200927 b.g.g 06-24818890

Contactpersoon pers:

Edwin de Bree

06-54201376

info@dekoers.org

Follow De_Koers on Twitter

 

 
U kunt op maandag t/m vrijdag 
bellen of mailen voor een 
vrijblijvend gesprek of om 
een afspraak te maken.

 

(Parkeren op de Dommelsingel,

voor nummer 4A door het 
poortje  lopen, achter de 
eengezinswoningen).